MARIJE ELISABETH
Ik weet niet waar ik moet beginnen met opruimen. Alles is een chaos. Van de vloer in mijn kamer tot in mijn hoofd tot de afstand tussen ons in.

Een paar dagen terug kwam een oude gedachte weer terug mijn hoofd in sluipen. Het maakte me bang en ik ben niet opgehouden met bang zijn.

Ik wil wegrennen, ik wil dichterbij komen, ik wil dat alles ophoudt. De trein maakt de afstand steeds kleiner, het helpt niet. De zon laat de tranen niet verdampen.

Ik laat iets achter.

Op mijn weg terug glimlacht er een vreemde naar me. Hij kijkt door me heen en ik kijk weg. Maar hij blijft terugkomen en op de trap loopt hij naast me en even is het alsof we bij elkaar horen. Alsof hij wil dat ik er ben.

Bovenaan gaan we allebei ergens anders heen.
Ik mis momenten uit een vorig leven en voel emoties die ik nooit heb gekend. Mijn hoofd vult zich met gedachten van een ander, mijn armen met kunstwerken die de museummuren nooit zullen zien. Muziek klinkt alsof het nooit heeft bestaan en ik zie niet meer waar ik heen ga.
Het voelt alsof ik uitrafel als een wollen trui,
tot er niets meer van mij overblijft.
Vandaag is de beste dag van mijn leven

Morgen ook.